Voor alle moeders die liefhebben, missen en dragen
Afgelopen zondag was het Moederdag….Voor sommigen een hele mooie dag, voor anderen een doorn van herinneringen, verdriet…
Elke dag is een kans om te groeien, ook tijdens rouw.
Afgelopen zondag was het Moederdag….Voor sommigen een hele mooie dag, voor anderen een doorn van herinneringen, verdriet…
Lieve sterke jij, je weet niet half hoeveel je in je macht hebt.
Hij is er nooit geweest. Hij heeft de lucht niet ingeademd, niet door de rijstvelden gelopen, niet gezwegen onder bloeiende kersenbomen. Hij heeft geen houten brug horen kraken in de ochtendmist, geen wind door bamboe horen bewegen, geen theekopje vastgehouden in een kamer waar stilte geen afwezigheid is maar een aanwezigheid. En toch voelde Vincent van Gogh dat Japan bestond als een manier van leven. Als een innerlijke ordening, een wereld waarin niets hoefde te schreeuwen om gezien te worden, waar eenvoud geen tekort was, maar een vorm van aandacht en waar schoonheid werd ontdekt.
Er bestaat in de Japanse cultuur een moment waarop woorden hun meest eerlijke vorm aannemen. Niet wanneer iemand verliefd is, niet wanneer iemand succes viert, maar wanneer iemand weet dat het einde nadert. Op dat punt, waar het leven dun wordt als rijstpapier en elke adem een bewuste handeling is, schrijven sommige mensen een laatste gedicht.
Er bestaat een Japanse fluistering die geen schreeuw nodig heeft, geen glans, geen perfect kader om gezien te worden. Die fluistering heet wabi-sabi. Een levenshouding die al eeuwen door de houten tempels van Kyoto waait, langs verweerde theekommetjes, over tatamimatten waar generaties knielden, langs mos dat zich zonder haast hecht aan steen. Wabi-sabi is de kunst van het zien wat er al is, zonder het te willen oppoetsen tot iets wat het nooit bedoeld was te zijn.
Kunst ontstaat op het moment dat de mens voelt dat de zichtbare wereld niet genoeg is. Dat er iets trilt onder de oppervlakte van wat we kunnen aanwijzen, benoemen, vastleggen. Spiritualiteit in de kunsten is een laag die je kunt toevoegen of weglaten, een onderstroom: het stille besef dat wat we ervaren groter is dan wat we begrijpen. Elke ware artistieke daad begint daar, in dat ongemakkelijke gebied waar taal stokt en betekenis zich nog niet heeft laten vastspijkeren. Kunst is dan geen representatie, maar een ontmoeting.
Soms voelt het leven als een stilstaand moment. Alsof je midden op een kruispunt bent blijven staan, niet omdat je niet weet welke kant je op wilt, maar omdat elke richting te veel lijkt te vragen. De angst om verkeerd te kiezen kan dan alles overnemen. Niet luid, niet dramatisch, maar sluipend. Ze nestelt zich in je lijf. In je adem die oppervlakkiger wordt. In je schouders die zich onbewust optrekken. In het gevoel dat elke beweging te groot is.
Het einde van het jaar sluipt altijd zachtjes binnen. Eerst onopvallend, ergens tussen de kortere dagen en de koudere nachten en ineens… is het er. Dat moment waarop we bijna automatisch achteromkijken. Alsof het jaar ons even bij de schouders pakt en vraagt: wat heb je gedragen, en wat heb je losgelaten?
Bijna kerst. Dat voel je niet zozeer aan wat er gebeurt, maar aan wat vertraagt. Aan lege plekken waar normaal ruis zit. Aan ochtenden die stiller aanvoelen, alsof de dag zelf nog niet helemaal wakker wil worden. De wereld lijkt haar schouders iets te laten zakken. Minder verkeer, minder woorden, minder haast en toch is het hoofd van veel mensen juist voller dan anders.
Een woord dat zo zacht klinkt dat het haast fluistert, maar dat pas betekenis krijgt wanneer het door merg en been is gegaan. Acceptatie is geen eindpunt, eerder een verschuiving. Een kanteling in jezelf. Alsof je op een dag merkt dat je niet langer tegen de stroom in zwemt, maar dat je je langzaam laat meedrijven, niet uit berusting, maar uit erkenning. Erkenning dat dit is waar je nu bent.
Er is iets ongewoons aan echte stilte. Niet de stilte van een kamer met gedempte muren, maar de stilte van buiten. Die van een bospad waar je alleen nog je voetstappen hoort, het ruisen van bladeren, misschien een vogel die te laat vertrekt. Het is een soort stilte die niet leeg is, maar juist vol, vol leven dat niets van je vraagt. Het is een stilte die je niet kunt afdwingen, maar die zich aandient zodra je bereid bent om te luisteren.
Er is een moment waarop de wereld te luid wordt. Waarin elk geluid, elke ademtocht van buitenaf, als een kille wind over je huid strijkt. In dat moment ontstaat de behoefte aan een plek die niet van steen of hout gemaakt is, maar van adem, van stilte, van nabijheid. Een shelter. Niet per se een huis, niet altijd een persoon. Soms is het een lied. Soms een geur die je herkent van vroeger, toen alles nog klopte. Soms het geluid van regen op een dak dat niet van jou is.