Wabi Sabi: Over de schoonheid van het onvolmaakte en de moed om te vergaan

Wabi Sabi De schoonheid van imperfectie en vergankelijkheid

Een verstilde column over wabi-sabi: de schoonheid van imperfectie, vergankelijkheid en de moed om het leven te omarmen zoals het is.

Er bestaat een Japanse fluistering die geen schreeuw nodig heeft, geen glans, geen perfect kader om gezien te worden. Die fluistering heet wabi-sabi. Een levenshouding die al eeuwen door de houten tempels van Kyoto waait, langs verweerde theekommetjes, over tatamimatten waar generaties knielden, langs mos dat zich zonder haast hecht aan steen. Wabi-sabi is de kunst van het zien wat er al is, zonder het te willen oppoetsen tot iets wat het nooit bedoeld was te zijn.

Vandaag de dag is de wereld steeds meer geobsedeerd door symmetrie, snelheid en succesverhalen met een strakke spanningsboog. Contrasterent is wabi-sabi bijna rebels. Het zegt: kijk nog eens. Kijk naar de barst in de kom. Naar de rimpel in het gezicht. Naar de stilte tussen twee woorden in. Dáár zit het leven. Niet in de perfectie, maar in het spoor dat de tijd heeft achtergelaten. In Japan zie je het terug in de theeceremonie, waar een eenvoudige, asymmetrische schaal meer waardering krijgt dan een fabrieksmatig perfecte kop. Waarin iedere scheur geschiedenis vertelt.

Er bestaat een verwante kunstvorm die dat letterlijk zichtbaar maakt: Kintsugi. Gebroken keramiek wordt niet weggegooid, niet verstopt, maar hersteld met lak vermengd met goudpoeder. De barsten worden aders van goud. Wat kapot was, wordt kostbaarder dan voorheen. Het object verbergt zijn breuk niet; het draagt haar als een litteken dat zegt: ik ben gevallen, en ik ben gebleven. Wat als wij dat ook zouden doen? Wat als we onze mislukkingen niet zouden polijsten tot anekdotes met een moraal, maar ze zichtbaar zouden laten als deel van ons ontwerp?

Wabi-sabi wortelt diep in het Japanse zenboeddhisme, zoals dat zich ontwikkelde binnen scholen als Rinzai en Soto. Je hoeft geen monnik te zijn om de essentie te begrijpen. Het gaat niet om religie, het gaat om aandacht. Om aanwezig zijn bij wat er is, zonder het te willen vastnagelen aan hoe het zou moeten zijn. Een herfstblad dat verkleurt is bijvoorbeeld niet het verlies van zomer, maar de voltooiing ervan. Een rimpel is geen verval van jeugd, maar bewijs van lachen, fronsen, zorgen. Het bewijs voor leven.

Wij westerse daarentegen leven vaak alsof we in permanente renovatie zijn. We willen de beste versie van onszelf worden, liefst vóór ons dertigste. We optimaliseren, upgraden, herstructureren ons leven alsof het een start-up is die klaar moet zijn voor investeerders. Maar wabi-sabi glimlacht zacht en zegt: niets is af. Niets is ooit af. De schoonheid zit niet in het eindproduct, maar in het proces van worden en vergaan. Een houten tafel met krassen vertelt een rijker verhaal dan een showroommodel zonder verleden.

Er schuilt een bevrijdende eerlijkheid in dat besef. Imperfectie is geen fout in het systeem; het ís het systeem. De natuur zelf is asymmetrisch. Geen twee bladeren zijn identiek. Geen wolk houdt dezelfde vorm. Waarom zouden wij dan streven naar een leven dat eruitziet als een gestileerde catalogus? Wabi-sabi nodigt uit tot vertraging. Tot het waarderen van het alledaagse: de damp van thee op een koude ochtend, het zachte geluid van regen tegen het raam, de stilte die valt na een eerlijk gesprek.

En ja, het confronteert ons ook met vergankelijkheid. Alles wat bloeit, zal verwelken. Alles wat begint, zal eindigen. Dat klinkt hard, maar in wabi-sabi schuilt juist troost. Omdat niets blijft, is alles kostbaar. Omdat dit moment niet terugkomt, is het heilig. Vergankelijkheid maakt niet wanhopig, maar wakker. Ze fluistert: wees hier. Kijk. Voel. Dit is het.

Misschien is de grootste levensles van wabi-sabi wel acceptatie. Niet de passieve vorm van “het is nu eenmaal zo”, maar een actieve, liefdevolle aanvaarding van wat is. Je lichaam dat verandert. Relaties die verschuiven. Dromen die transformeren. In plaats van te vechten tegen elke barst, kun je leren zien dat juist daar het licht binnenvalt. Je hoeft niet ongeschonden door het leven te gaan om waardevol te zijn. Integendeel. Wabi-sabi leert ons ook eenvoud. Een innerlijke keuze om ruimte te laten. Ruimte voor stilte. Voor twijfel. Voor rust. Door minder te willen bezitten, kun je meer ervaren. Door minder te willen controleren, kun je meer vertrouwen. Eenvoud is geen gebrek, maar helderheid.

En misschien, als we eerlijk zijn, verlangen we daar diep vanbinnen naar. Naar een leven dat niet perfect is... maar gewoon simpel naar het leven dat écht is. Naar relaties die niet vlekkeloos zijn. Oprechte relaties. Naar werk dat niet alleen glanst op papier, maar resoneert in het hart. Wabi-sabi zegt niet dat je geen ambities mag hebben. Het zegt alleen: laat je waarde niet afhangen van een onberispelijk oppervlak.

Dus als het leven een barst vertoont (en dat zal het), denk dan aan die Japanse kom, hersteld met goud. Denk aan de tempels in Kyoto die al eeuwenlang wind en regen trotseren, hun hout donkerder, hun lijnen zachter, maar hun ziel intenser. Denk eraan dat groei en verval geen tegenpolen zijn, maar partners in dezelfde dans.

Stop met streven naar een vlekkeloos bestaan. Omarm je scheuren, eer je seizoenen, vereenvoudig waar je kunt, en wees aanwezig in wat is. Want schoonheid zit niet in het perfecte moment, ze zit in het echte moment.

Liefs,
💜

Liever luisteren dan lezen? Dat kan!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.