De angst voor het onvermijdelijke

De dood. We praten er liever niet over. Maar waarom eigenlijk?

De angst voor de dood gaat vaak niet over sterven, maar over het onbekende en het verlies van controle. Een column over leven, dood en herinneringen.

Wellicht is dit wel de meest pittige column die ik ooit heb mogen schrijven. Niet omdat de woorden moeilijk zijn, maar puur en alleen omdat het onderwerp dat wel is. De dood.

Het woord alleen al kan iets in beweging zetten. Een stilte. Een ongemakkelijk gevoel. Een gedachte die liever wordt weggeduwd. Over bijna alles in het leven valt te praten. Over liefde, geld, werk, ouder worden, geluk, ziekte, ruzie, dromen en zelfs over spijt. Maar zodra het gesprek bij de dood komt, verandert er iets. Dan wordt het stil en zegt men maar ‘’Daar moeten we maar niet te veel over nadenken.’’

Misschien juist omdat de dood het enige onderwerp is waar niemand werkelijk een antwoord op heeft. De angst voor de dood is geen angst voor een gebeurtenis die morgen noodzakelijkerwijs staat te gebeuren. Voor veel mensen is het eerder de angst voor het onvermijdelijke, zonder te weten wanneer het zover is. Het besef dat het leven ooit ophoudt, terwijl niemand precies weet wat dat betekent.

En misschien is dat wel het moeilijkste eraan: niet de dood zelf, maar het gebrek aan controle.

Er wordt weleens gezegd dat er drie dagen in een mensenleven vaststaan: de dag waarop iemand wordt geboren, de dag waarop iemand sterft en de dag die vandaag wordt geleefd. Over de eerste twee valt niets te onderhandelen. Alleen die derde ligt werkelijk in handen. Toch leven mensen vaak alsof juist die eerste twee dagen controleerbaar zijn. We plannen vakanties maanden vooruit. We zetten herinneringen in agenda's. We verzekeren huizen, auto's en levens. We proberen gezond te eten, voldoende te slapen en genoeg te bewegen. We maken plannen voor volgende week, volgend jaar en soms zelfs voor de komende twintig jaar. En dat is goed. Misschien is dat zelfs noodzakelijk. Maar toch vergeet men dat de dood zich niet aan agenda’s houdt.

Het is daarom ook niet vreemd dat de dood zoveel angst oproept. Angst ontstaat vaak op de plek waar zekerheid ontbreekt. Een mens kan zich voorbereiden op een examen, een sollicitatiegesprek of een moeilijke reis. Er kan informatie worden verzameld, advies worden gevraagd, een plan worden gemaakt.

Maar hoe bereid je je voor op iets waarvan niemand met zekerheid kan vertellen hoe het voelt?

Niemand die dood is, heeft het antwoord teruggebracht.

Daar begint misschien wel het meest intrigerende gedeelte van de menselijke angst: wat komt er daarna?

Volgens de wetenschap houdt het lichaam op met functioneren. De hersenen stoppen met werken en daarmee eindigt, voor zover wetenschappelijk kan worden vastgesteld, ook het bewustzijn. Dood is dan niet een deur naar ergens anders, maar simpelweg het einde.

Maar de mens heeft zich nooit gemakkelijk neergelegd bij alleen dat antwoord.

Door de eeuwen heen zijn er verhalen ontstaan over een hiernamaals, hemel en hel, wedergeboorte, reïncarnatie en andere vormen van voortbestaan. Religies geven verschillende antwoorden op dezelfde fundamentele vraag:’’ houdt het op, of gaat er iets verder?’’

Dat vind ik het bijzondere aan al die verschillende overtuigingen. Niet eens dat ze elkaar tegenspreken, maar juist omdat ze allemaal proberen betekenis te geven aan hetzelfde onbegrijpelijke gat. Want stel dat er een hiernamaals bestaat. Herinner je je dan wie je was? Weet je nog wie je liefhad? Herken je de mensen die je achterlaat? Blijft je persoonlijkheid bestaan? En als er reïncarnatie bestaat, waarom herinneren we ons dan onze vorige levens niet? En als er helemaal niets is, hoe kan dat 'niets' dan worden ervaren? Dat laatste is misschien nog wel de vreemdste gedachte. Want als er werkelijk niets meer is, is er ook niemand meer om dat niets te ervaren.

Toch kunnen zulke vragen behoorlijk hard binnenkomen. De angst voor de dood ziet er niet altijd uit als paniek. Soms ziet die eruit als wakker liggen. Als het huis stil is. Als de wereld slaapt. Als er niets meer is om de aandacht van gedachten af te leiden. Dan kan een plafond ineens veranderen in een soort leeg scherm waarop de grootste vragen van het bestaan worden afgespeeld. Hoe zal het zijn? Zal er een laatste gedachte zijn? Weet je dat je doodgaat? Kun je op dat moment nog denken: ik wil blijven? Kun je nog beseffen dat je afscheid neemt? En misschien nog moeilijker: hoe voelt het om alles wat bekend is los te moeten laten? Op zulke momenten blijkt hoe weinig controle een mens eigenlijk heeft. Het lichaam ligt stil, maar het hoofd blijft doorgaan. Gedachten proberen een antwoord te vinden op een vraag waarop misschien helemaal geen antwoord te vinden is. Slapeloze nachten kunnen dan veranderen in een soort plafonddienst: wakker liggen en nadenken over het einde van iets waarvan je eigenlijk helemaal niet wilt dat het eindigt.

En wellicht is het helemaal niet de angst om dood te zijn. Wellicht is het de angst om te verdwijnen. Om niet meer te weten wie je bent geweest. Om gezichten, stemmen, geuren, muziek, plaatsen en herinneringen kwijt te raken. Een mensenleven bestaat immers maar voor een groot deel uit herinneringen. De eerste schooldag. Een vakantie. Een liedje dat ineens aan iemand doet denken. Een geur die je terugbrengt naar een keuken van twintig jaar geleden. Een bepaalde lach die je uit duizenden herkent. En wat gebeurt er met al die herinneringen wanneer degene die ze draagt er niet meer is? Het pijnlijkste aan dit alles, niemand kan hier een antwoord op geven. Je kan daar wat troostends in doen, dat je voortleeft in anderen, maar als we nu even realistisch kijken, kan dat wel?

Een mens sterft misschien één keer, maar wordt in zekere zin steeds opnieuw even teruggebracht wanneer iemand aan hem of haar denkt.  Daarom zijn herinneringen zo belangrijk. Niet omdat ze de dood kunnen tegenhouden. Dat kunnen ze niet. Ze kunnen je wel laten zien dat een leven groter kan worden dan de tijd waarin iemand daadwerkelijk aanwezig was.

Het vreemde is dat de dood vaak pas laat zien hoeveel waarde het leven eigenlijk heeft. Dat mogen we sowieso meer gaan waarderen. Mensen beginnen pas echt met leven, maar vooral met het dankbaar zijn voor het leven, als er wat pittigs gebeurt binnen hun bubbel.

Een gewone ochtend blijkt achteraf bijzonder. Een gesprek dat op dat moment nergens over leek te gaan, kan jaren later een herinnering zijn die iemand koestert. Een kop koffie samen. Een hand op een schouder. Een berichtje dat op een gewone dinsdag werd gestuurd. Een lach om iets volkomen onbenulligs. We wachten vaak op grote momenten om te beseffen dat het leven waardevol is, terwijl het leven zich juist grotendeels afspeelt in kleine momenten die op het moment zelf nauwelijks bijzonder lijken..

Dat betekent niet dat iemand iedere dag maximaal moet leven. Niet iedere dag hoeft bijzonder te zijn. Niet iedere ochtend hoeft dankbaar begroet te worden en niet ieder moment hoeft een levensles te bevatten.

Soms is een dag gewoon een dag.

Er wordt vaak gezegd dat we niet bang moeten zijn voor de dood… dat is toch echt even makkelijker gezegd dan gedaan. Iedere nacht wakker worden door de zelfde droom waarin je je geliefde ziet sterven en daarna jezelf maakt dat ook niet makkelijker…

Ook al weet ik dat angst een slechte raadgever is, laat die angst zich niet wegredeneren.

Je kunt jezelf honderd keer vertellen dat het leven mooi is. Je kunt honderd boeken lezen over filosofie, religie en het hiernamaals. Je kunt jezelf vertellen dat de dood onderdeel is van het leven. En toch kan er midden in de nacht een moment komen waarop al die verstandige gedachten verdwijnen.

Misschien komt er nooit een definitief antwoord.

Misschien is er niets.

Misschien is er iets wat we nu niet kunnen begrijpen.

Misschien heeft religie gelijk. Misschien heeft de wetenschap uiteindelijk gelijk. Misschien hebben beiden slechts een gedeelte van een werkelijkheid proberen te beschrijven die voor de mens simpelweg te groot is.

Niemand weet het.

En misschien is dat het enige eerlijke antwoord.

Ik weet het niet.

Ergens tussen geboorte en dood proberen we allemaal betekenis te geven aan onze tijd. We worden geboren zonder te weten waarom. We leven zonder precies te weten waarheen. En uiteindelijk sterven we zonder te weten wat daarna komt. Dat klinkt beangstigend en toch ook bevrijdend.  Aangezien niemand weet hoeveel tijd er precies is, heeft wachten op het perfecte moment weinig zin. Bel die persoon. Zeg wat nog gezegd moet worden. Maak die foto. Ga naar die plek. Vergeef wanneer dat kan. Lach wanneer het leven daarom vraagt. En wees soms gewoon stil. Laat je verstillen door dat ene schilderij. Geniet nog eens van dat nummer, ook al heb je er al honderden keren naar geluisterd.

Want de dood staat vast. De dag van vandaag niet. En juist daarom is vandaag misschien wel het enige stukje eeuwigheid waar een mens werkelijk iets mee kan.

Eigenlijk is het daarom ook niet vreemd dat de dood zo vaak terugkomt in muziek. Kunst heeft zich altijd beziggehouden met de vragen waar mensen zelf geen definitief antwoord op kunnen geven. Van Danse Macabre, waarin de dood bijna tastbaar wordt gemaakt, tot Who Wants to Live Forever van Queen, waarin juist de eindigheid van het leven centraal staat. Muziek lijkt steeds opnieuw te proberen woorden te geven aan iets waar woorden eigenlijk tekortschieten.

Maar muziek gaat niet alleen over de dood zelf. Ook over wat er van een mens overblijft.

Over de ziel. Over herinnering. Over de invloed die iemand achterlaat bij de mensen die na hem of haar verder leven. Great Spirits van Tina Turner gaat bijvoorbeeld over de kracht van de voorouders en over de verbinding tussen generaties. Het idee dat mensen niet zomaar verdwijnen, maar op een andere manier onderdeel blijven van degenen die na hen komen.

We weten niet hoeveel tijd ons gegeven is. Dat is precies waarom we moeten ophouden met wachten om werkelijk te leven.

Liefs,
💜

Liever luisteren dan lezen? Dat kan!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.