Waarom werken na een overlijden zo zwaar kan zijn

Waarom werken na een overlijden zo zwaar kan zijn

Weer werken na het overlijden van een ouder? Lees waarom werk tijdens rouw zo zwaar kan zijn en hoe je jezelf kunt helpen op de werkvloer.

De vakantie is voorbij en ineens begint het gewone leven weer. De wekker gaat, je moet naar je werk, afspraken staan alweer in je agenda en voor je gevoel gaat iedereen om je heen gewoon weer verder.

Misschien heb je tijdens de vakantie juist even je eigen tempo kunnen bepalen. Je kon opstaan wanneer je wilde, een dag rustig aan doen als dat nodig was en misschien hoefde je even helemaal niets. En nu moet je weer, en ergens voelt dat best dubbel.

Want misschien functioneer je op zich prima. Je gaat naar je werk, doet wat er van je verwacht wordt en maakt misschien zelfs grapjes met collega's. Aan de buitenkant lijkt het alsof je de draad weer hebt opgepakt, maar vanbinnen kan het heel anders voelen.

Misschien ben je na een paar uur werken al ontzettend moe. Misschien lukt het je minder goed om je te concentreren of merk je dat je sneller emotioneel bent. Misschien vraagt niemand meer hoe het met je gaat, terwijl jij vanbinnen nog iedere dag bezig bent met het verlies van je vader en/of moeder.

En misschien denk je wel eens: Hoe kan het dat ik op mijn werk gewoon functioneer, terwijl ik me helemaal niet goed voel?

Dat is eigenlijk helemaal niet zo vreemd. Rouw stopt namelijk niet zodra je op je werk aankomt. Je laat je verdriet niet thuis achter wanneer je de deur dicht doet. Je neemt jezelf mee naar je werk en dus ook alles wat er op dat moment in jou speelt. 

Toch verwachten we dat vaak wel een beetje van onszelf. Je hebt een baan, dus je moet werken. Je collega's hebben hun eigen werk te doen en er zijn deadlines en afspraken. Misschien denk je daarom wel: Ik moet gewoon weer normaal doen.

Maar rouw vraagt ontzettend veel van je. Je lichaam en je hoofd zijn voortdurend bezig met aanpassen aan een werkelijkheid die veranderd is. Ondertussen probeer je op je werk informatie te verwerken, gesprekken te voeren, beslissingen te nemen en je aandacht bij je taken te houden. Dat kan veel meer energie kosten dan je gewend bent.

Daarom kan een gewone werkdag ineens voelen alsof je een marathon hebt gelopen. Het lastige is dat anderen dat niet altijd zien. Je kunt prima een vergadering bijwonen en ondertussen compleet leeg zijn. Je kunt een collega te woord staan en een half uur later niet meer weten wat er precies is besproken. Je kunt je werk goed doen en toch thuiskomen met het gevoel dat je helemaal op bent.

Dat betekent niet dat je niet goed functioneert. Het betekent dat je aan het functioneren bent terwijl je rouwt en dat zijn twee verschillende dingen.

Misschien merk je ook dat je omgeving na een tijdje minder vaak vraagt hoe het met je gaat. In het begin was er aandacht. Collega's vroegen hoe het met je ging, stuurden misschien een berichtje of hielden rekening met je. Na een paar weken of maanden wordt het leven voor anderen weer normaal maar voor jou hoeft dat helemaal niet zo te zijn, en dat kan behoorlijk eenzaam voelen.

Want juist op het moment dat anderen denken dat het wel weer gaat, kun jij merken dat het gemis nog iedere dag aanwezig is.

CNV (vakbond) benadrukt daarom dat terugkeer naar werk na een verlies geen standaardverhaal is. Voor de één kan werk juist helpen omdat het structuur, afleiding en contact met anderen geeft. Voor de ander kan werken op dat moment juist ontzettend zwaar zijn. Wat iemand nodig heeft om op een goede manier terug te keren, verschilt per persoon.

En misschien is dat wel iets wat je jezelf vaker mag vragen: Wat heb ík nu nodig om mijn werk te kunnen doen?

Niet: "Hoe snel moet ik weer de oude zijn?"
Maar: "Wat heb ik nodig om dit vol te houden zonder mezelf voorbij te lopen?"

Dat kan betekenen dat je tijdelijk wat minder uren werkt, andere werkzaamheden oppakt of wat meer rustmomenten nodig hebt. Soms is het juist fijn om weer volledig aan het werk te gaan omdat het ritme je houvast geeft. Het gaat er niet om wat volgens iemand anders de beste keuze is. Het gaat erom wat op dit moment bij jou, en jouw situatie, past.

En daar begint vaak een belangrijk gesprek met je werkgever of leidinggevende. Je hoeft daarbij niet je hele rouwverhaal te vertellen maar je gewoon aangeven wat je voelt en wat je nodig hebt.

Bijvoorbeeld: "Ik merk dat ik na het overlijden van mijn moeder sneller vermoeid ben en dat mijn concentratie soms minder is. Ik wil graag blijven werken, maar ik denk dat het helpt als we samen kijken hoe ik dat op dit moment het beste kan doen."

Of misschien heb je juist behoefte aan een rustig gesprek met één collega die je vertrouwt, zodat je niet steeds hoeft te doen alsof alles prima gaat. 

Je mag ook aangeven dat je niet iedere dag over je moeder wilt praten. Ruimte voor rouw betekent namelijk niet dat je de hele dag over je verdriet moet praten. Het betekent dat er ruimte is om eerlijk te kunnen zijn wanneer het even niet gaat.

En misschien is dat voor jou wel een belangrijk verschil. Je hoeft op je werk niet voortdurend verdrietig te zijn om te mogen rouwen. Je mag lachen, genieten van een gesprek met een collega, geconcentreerd aan het werk zijn én je mag tegelijkertijd je moeder missen. Die dingen kunnen naast elkaar bestaan.

Wat ik je ook wil meegeven, is om niet alleen naar je werkdag zelf te kijken maar ook naar wat er daarna gebeurt. Als jij iedere dag op je werk ontzettend je best doet om alles bij elkaar te houden, kan het zijn dat je in de avond helemaal leeg bent. Geef jezelf daarom na je werk niet (meteen) een hele to-do list.

Misschien heb je behoefte aan een rustige wandeling, een halfuurtje niets moeten of gewoon even op de bank zitten met een kop thee of koffie. Niet omdat je lui bent, maar omdat je lichaam en hoofd na zo'n werkdag tijd nodig kunnen hebben om te ontladen.

En misschien helpt het om vooraf met jezelf af te spreken wat je doet op een dag waarop een golf van verdriet je tijdens het werk overvalt. Waar kun je even naartoe? Wie kun je bellen? Aan wie kun je vertellen dat het op dat moment even niet lukt?

Je hoeft het niet allemaal pas te bedenken wanneer je al helemaal over de flos bent. Door daar vooraf over na te denken, geef je jezelf iets om op terug te vallen en misschien is dat uiteindelijk wel mijn belangrijkste boodschap.

Je hoeft niet te kiezen tussen rouwen en werken. Je hoeft je verdriet niet thuis te laten om een goede werknemer te kunnen zijn en je hoeft ook niet te bewijzen dat het alweer goed met je gaat omdat je weer aan het werk bent.

Je mag werken én rouwen. Je mag een goede collega zijn én je moeder missen. Je mag je werk goed doen en tegelijkertijd dagen hebben waarop het allemaal even niet lukt...daar ben je mens voor.

Als jij merkt dat je op je werk vooral aan het volhouden bent, dat je ontzettend moe thuiskomt of dat je het gevoel hebt dat niemand meer ziet dat jij nog midden in je rouw zit, probeer jezelf dan niet meteen af te vragen wat er mis is met je. Waarschijnlijk draag je gewoon (nog) ontzettend veel (en te lang).

Misschien is het tijd om niet alleen te kijken naar wat er van jou wordt verwacht, maar ook naar wat jij nodig hebt. Ik kijk graag met je mee (been there, done that). Niet om voor jou te bepalen hoe snel je weer moet werken of hoe je zou moeten rouwen, maar om samen te kijken naar wat jou op dit moment helpt om jezelf niet kwijt te raken terwijl het gewone leven weer verdergaat.

Je bent welkom bij me....

💜 José

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.